De boskoe en de gaggel

In 't Kellenbroeker woud liep laatst een boskoe met twee uiers.
Ze vond in het struweel een jonge gaggel in de luiers.
‘Mijn moeder heeft me opgehoept', zei 't kleintje zeer mismedig,
‘Heeft u misschien wat voedsel, want van binnen ben ik ledig.'

De boskoe was tot scheur vertraand en boog zich naar het beestje,
Dat baardenlikkend smulde van dit onverwachte feestje.
Hij lebberlipte smakkend aan haar fors gesteven spenen
En nam gesterkt door boskoemelk luid gaggelend de benen.

De leeg gezopen boskoe voette stamp en riep: ‘ik zal je!'
En trok daarmee de aandacht van een harige rapalje.
‘Je zou je zelf eens moeten zien', zei deze zeer vilein.
‘Je pronkjuwelen van weleer als theezakjes zo klein.'

Toen kwam de windhaas stofgewolkt. Hij had 't kreng gegrepen.
De gaggel werd vakkundig door het drietal uitgeknepen.
Toen al het vocht gemolken was verhingen ze de rover
En dansten in een vierkant, want het avontuur was over.

De boskoe kreeg haar vorm weer terug en bukt niet meer in struiken.
Ze laat zich van haar leven door geen gaggel meer misbruiken.
Wat is in deze zemel nu de boodschap voor een ouder?
Wanneer u ooit een boskoe baart, geef haar een bustehouder.

Maarten Westermann
2005

De Boeskoe en de Gaggel, de 2de zemel van Maarten Westermann is momenteel in productie.